
Het oplossen van die vervelende “koude plekken” bij het verhitten van glaswerk
Als je ooit met glas hebt gewerkt dat een vreemde vorm heeft – denk aan smalle nekken of diepe, gebogen onderdelen – weet je wat voor uitdaging dat is. Zelfs met een goede CNC-machine of oven bereikt de hitte niet altijd de plekken waar ze nodig is. Hierdoor ontstaan er “dode zones” waar het glas te koud blijft. Hier stapelt zich juist stress op.
Om dit op te lossen gebruiken we lampen die kortegolfgolf-Infraroodstraling gebruiken. In plaats van af te gaan op lucht om de hitte te verspreiden, sturen deze lampen stralingsenergie rechtstreeks naar het glas. Dit is de enige manier om ervoor te zorgen dat alle hoekjes en randjes goed worden verhit.
Het juiste niveau van hitte
Het trucje is dat je veel vermogen in een kleine ruimte moet stoppen. We gebruiken lampen met hoge-dichtheidstungstefilamenten. Waarom? Omdat dit voldoende kracht geeft om het glas te verhitten, zonder dat de lamp te dicht bij het glas hoeft te staan. Dat zou namelijk een ramp zijn.
Het is natuurlijk een kwestie van balans. Je kunt de lengte en spanning aanpassen aan de grootte van het glas, maar je kunt het niet zomaar te hoog zetten. Als je te veel vermogen gebruikt voor een groot stuk glas, ontstaan er “ hete plekken” die het glas kunnen beschadigen. Je moet dus een perfect evenwicht vinden tussen de vermogensdichtheid en de snelheid waarmee het glas wordt verplaatst.
De componenten die het mogelijk maken
We gebruiken hoogzuiver kwarts voor de behuizingen van de lampen. De reden is simpel: kwarts neemt de hitte niet op. Het laat de Infraroodstraling rechtstreeks door naar het glas gaan.
Wat betreft de plaatsing van de lampen: deze moeten op alle kanten van het glas gericht zijn. Omdat de lampen uiteindelijk kapotgaan, gebruiken we standaardconnectoren. Hierdoor kan een kapotte lamp in vijf seconden worden vervangen, in plaats van dat je er de hele middag mee bezig bent.
De nadelen
Het beste aan Infraroodlampen is hun snelheid. Ze kunnen razendsnel worden aangestoken en uitgeschakeld. Vergelijk dit maar eens met resistieve koils, die lang nodig hebben om op temperatuur te komen. Dit is zeker een voordeel voor je werkflow.
Maar er is ook een nadeel: deze lampen zijn gevoelig. Als de stroomsterkte fluctueert of er een schok in de spanning komt, zal het filament sneller kapotgaan dan nodig is. Om te voorkomen dat de lampen te vroeg kapotgaan, moet je ze aansluiten op een gestabiliseerde stroombron. Het is een klein investering, maar het bespaart je veel problemen in de toekomst.